pageviews [296]


Seperstours 2009

Van München naar Venetië - Deel 3

Inleiding

Twee jaar geleden zijn we begonnen aan de route van München naar Venetië. Dit jaar (2009) het laatste deel. Vorig jaar zijn we geëindigd op de Passo Falzarego in de Dolomieten. Dat is dit jaar ons startpunt.
Tot Belluno volgen we een traject dat door ons zelf is uitgezet. Daarna pakken we de routebeschrijving van het "Traumpfad" weer op, die ons naar Venetië zal leiden.

Wie?

Het team is ongewijzigd. Bertus Biersteker, Hugo Lamper en Wim Sepers gorden de rugzak weer om.

Wanneer?

Op 21 juli stappen we op de trein naar Brixen. Op 4 augustus brengt Transavia ons weer thuis.

Deel III

Reisverslag 2009

Dag 1      21 juli 2009

Niedorp - Brixen / Bressanone

De ICE-trein brengt ons gerieflijk naar Brixen aan de voet van de Dolomieten. Hotel Goldenes Kreuz kennen we nog van vorig jaar. We voelen ons gelijk weer thuis.

Weer

Zomers warm.

 

Dag 2      22 juli 2009

Brixen - Passo Falzarego (2105 m) - Rifugio Cinque Torri (2137 m)

We moeten eerst nog met de bus voordat we onze tour kunnen starten op de Passo Falzarego. Na een overstap in San Lorenzo komen we rond koffietijd aan in La Villa/Stern. Onze planner weet het zeker: vanaf hier moet er een aansluitende bus zijn naar de pas. Jammer, maar helaas; de eerste bus gaat pas tegen de avond. Daarom toch maar een taxi gecharterd voor het laatste stukje. Dit gaatje in het budget wordt door kassier Bertus weggeboekt onder de post "onvoorzien".

Op de pas is het een drukte van belang. Wij mijden de drukte en ook de aanlokkelijke eettentjes aan de kant van de weg. Op een steenklomp terzijde van de pas gebruiken we de lunch die - ter compensatie van de taxikosten -  uit de rugzak komt.

Het zal rond 13.00 uur zijn als we op pad gaan voor het halve dagtraject van vandaag. We zakken eerst een stukje over een paadje  dat parallel loopt aan de pasweg. Even voor het dalstation van de kabelbaan naar de Rifugio Scoiatollli gaat het bergop. Het is warm en de klimkuiten moeten nog even worden opgerekt. Dat valt niet mee. Het zweet spuit er uit.
Na een klim van zo'n 300 meter komen we op de brede bergrug waar het bergstation van de kabelbaan is en waar verderop de Cinque Torri opdoemen. Cinque Torri, ofwel vijf rotstorens die schots en scheef naast elkaar omhoog priemen. Ons einddoel voor vandaag, de Rifugio Cinque Torri, ligt pal onder de grootste Torro. Nadat we zijn ingekwartierd en met een blonde Weissenbier op het terras zitten, zien we overal klimmertjes in de wand van de rotstoren hangen. Het is hier een waar eldorado voor rotsklimmers. Het rammelt er (letterlijk) van.
's Avonds zijn de klimgeiten weer terug naar het dal en keert de rust weer terug. Bij de ondergaande zon genieten we van het mooie uitzicht.

Route.

Vanf de pas over de 424 afdalen tot 1950 meter. Daarna bergop over de 440 . Vóór de Rifugio Scoiatollli rechts over de 439 en ruim honderd meter dalen tot de Rifugio Cinque Torri.
Tijd: 2.15 uur. Hoogteverschil: 300 meter stijgen, 268 meter dalen.

Weer.

Zomers.

 

Dag 3      23 juli 2009

Rifugio Cinque Torri (2137 m) - Rifugio Citta di Fiume (1918 m)

Ons eerste doel voor vandaag, de top van de Nuvolau met de gelijknamige hut op het puntje, zien we al bij het vertrek. Er loopt een goed pad over de brede graat richting de top. In een uur tijd hebben we het hoogteverschil van 438 meter overwonnen. Bij de hut genieten we van het uitzicht. Daarna gaan we aan de zuidkant van de Nuvolau weer naar beneden. Dat is andere koek. De graat is hier bedenkelijk smal. Dankzij de aanwezige kabels komen we voetje voor voetje naar beneden. De spieren worden tot het uiterste gespannen en iedere stap vraag opperste concentratie. Achteraf hadden we toch even beter moeten nadenken bij het bordje "klettersteig" pal achter de Nuvolauhut. Heelhuids komen we weer op een iets begaanbaar pad. Verder naar beneden moeten we nog een paar kleine stukjes kletteren, maar daarna wordt het beter en komt de Passo Giao in zicht. Het is koffietijd op de pas. Ook de vliegende carabinieri komt met de heli even een bakkie doen. We zitten hier wel lekker. Maar ja, er is nog een heel eind voor de boeg. Dus weer in de benen richting Forcella Giao. De volgende hobbel is de Forcella Ambrizzola. Hier waait het loeihard, dus gauw de luwte van de bergwand opgezocht. Nu gaat het hoofdzakelijk nog naar beneden. Na de Forcella Roan komen we onder de boomgrens. De Rifugio Citta di Fiume is nu nog slechts een half uurtje gaans.
Op de laatste honderd meter naar de hut gaat Hugo onderuit op de alm. En dat is redelijk lullig met een vol terras op zichtafstand.
Even later zitten wij ook in de zon voor de hut. Een biertje en het fraaie uitzicht op de Monte Pelmo doet de vermoeide benen snel vergeten.

Route.

Over de 439 naar de Rifugio Nuvolau. Via de Klettersteig aan de zuidzijde van de hut over de 438 naar de passo Giao. Pas oversteken en via de 436 naar de Forcella Giao. Dit pad volgen richting Forcella Ambrizzola. Op de pas rechts afbuigen naar het pad over de steenslaghelling. In de afdaling rechts aanhouden over de 458. Bij de Forcella Roan door het bos naar de Rifugio Citta di Fiume. (467.)
Tijd: 6.00 uur. Hoogteverschil: 562 meter stijgen, 781 meter dalen.

Weer.

Zomers warm.

 

Dag 4      24 juli 2009

Rifugio Citta di Fiume (1918 m) - Rifugio Staulanza (1763 m).

Er is een korte en een lange route naar de Rifugio Staulanza. Wegens problemen met de kuitspieren besluit Bertus de korte route te nemen. In anderhalf uur is hij op bestemming. Hugo en Wim hebben zich voorgenomen om de lange route over de Monte Pelmo en langs de Rifugio Venezia te nemen. Het begint gelijk met problemen. Vlak onder de hut kunnen we maar moeilijk het juiste pad vinden. Als dat is gelukt gaan we op weg naar de Forcella Forata. Hier zou het pad zich moeten splitsen. Echter, geen splitsing te zien. We lopen eerst een stuk door om te kijken of verderop wellicht het goede pad is te vinden. Helaas, niets wat er op lijkt. Dus toch maar weer terug naar de Forcella. Na veel gezoek zien we iets wat op een pad lijkt, echter geen markeringen. Op goed geluk slaan we dit pad in; het loopt echter dood in het struikgewas. Opnieuw terug naar de Forcella. Op de terugweg zien we onder ons iets wat op een markering lijkt. En jawel hoor, eindelijk zitten we op de route naar de Forcella Val d'Arcia op de Monte Pelmo. Een pad is het eigenlijk niet; steil omhoog langs rotsen en over gruis klimmen we van markering naar markering. Na een poos worden de terreinomstandigheden echter zo beroerd, dat we besluiten af te zien van de doorsteek over de Monte Pelmo. Na een klein stukje afdalen bereiken we een zijpad dat over de enorme puinhelling van de Pelmo loopt.

Dat gaat een stuk beter. Volgens de kaart loopt dit pad door tot aan de Passo Staulanza.
Door deze kortere alternatieve route zijn we al rond half twaalf bij de Rifugio Staulanza. Daar zien we Bertus weer. Deze Rifugio is eigenlijk meer een Gasthaus dan een hut. Het ziet er zeer verzorgd uit. Ook onze kamer is een stuk luxer dan we in de hutten gewend zijn.
Door de korte etappe hebben we nog energie over om 's middags de Monte Crot, zeg maar de huisberg van de Rifugio, te beklimmen. Zonder zware rugzak is dat een leuk uitje. Op de top is er een mooi uitzicht op de Pelmo. Ook krijgen we al een beeld van het begin van de route voor morgen.
Terug in de hut komen de speelkaarten te voorschijn. Biertje erbij. Ook het avondeten is goed en we slapen hier comfortabel. Eigenlijk best een toffe tent.

Route.

Kort: Over de 472 naar de Passo Staulanza.
Minder kort: Over de 480 naar de Forcella Forata. Rechts afbuigen richting Forcella Val d'Arcia. Onder de Cima Forada naar het pad over de puinhelling. Kort voor de pas sluit dit pad aan op de 472.
Tijd: kort: 1.30 uur. Minder kort: 3 uur. Hoogteverschil: kort 152 dalen. Minder kort: 300 meter stijgen, 452 meter dalen.

Weer.

Zonnig; donderbuitje is de namiddag.

 

Dag 5      25 juli 2009

Rifugio Staulanza (1763 m) - Rifugio Vazzoler (1714 m).

Het buitje van gisteren heeft de natuur opgefrist. Onder het ochtendzonnetje ziet alles mooi groen. Het eerste stuk van de route loopt over een met steenslag verharde weg door het Val Posedera. Dat is voor het begin van de dag een lekker gemakkelijk stukje. Bij de Casera Vescova houdt de weg echter op. Achter deze kaasboerderij volgen we een koeienpadje dat zigzag omhoog loopt over de steile alm. In no time zijn we 150 meter gestegen tot onder het bergstation van de lift naar de Col dei Baldi. Hierna wordt het vlakker. Over een graspaadje en later weer over een steenslagweg bereiken we de Casera di Pioda. Hier begint de klim naar de Rifugio Sonino al Coldai. Een pad van nogal grove keien loopt in serpentines tegen de berg op. Het is niet echt steil, daarom snijden we af en toe een bochtje af; de welbekende Abkürzung. Als we de Rifugio bereiken is het net koffietijd. Dat komt mooi uit. In de gelagkamer genieten we van een lekker bakkie. Na de break is het nog maar een klein stukje omhoog naar de Forcella Coldai. Aan de andere kant van deze col ligt het prachtige meertje Lago Coldai. Tijd voor een fotomomentje en een beetje klooien met sneeuw.

Een uit de koers geraakte sneeuwbal belandt in het meer. Tientallen visjes storten zich op de bal en slobberen 'm in korte tijd weg. Merkwaardig.  Zelfs onze viskenner Bertus heeft geen verklaring voor dit gedrag.
We lopen verder onderlangs de imposante noordwand van de Civetta, met zijn 3220 meter de hoogste berg van de oostelijke Dolomieten. De natuur is hier ruig. Af en toe steken we een sneeuwveldje over. Tjonge, wat is het hier mooi.
Bij de Forcella di Col Rean staan we in dubio. De kaart zegt "rechtdoor", maar de markering van de Alta Via 1 zegt "bergop" richting Rifugio A. Tissi. (Waarschijnlijk een slimme huttenwaard met een pot verf). We besluiten de markering te volgen. Na 150 extra hoogtemeters zijn we bij de Rifugio. We lunchen er op zijn Italiaans met een stevig bord pasta.
In de afzink vanaf de Rifugio stuiten we op twee Japanners. Zij willen naar Alleghe aan de andere kant van de berg, maar ze kunnen het pad niet vinden. Met behulp van onze kaart en enkele velkennende schelmutselingen helpen we ze op weg. Met een beleefde buiging en "Senk you vely muts" nemen ze afscheid.
We dalen nu langzaam af langs de zuidwestflank van de Civetta. De rotsen maken geleidelijk plaats voor groene almen. Bij een boerenbedoening verandert het pad in een brede keienweg. Het richtingsbord "Rifugio Vazzoler 15 min." is te optimistisch. We dalen al een half uur over de keienweg; maar dan komt toch de hut tussen de bomen in zicht. Mario Vazzoler heeft een mooi hutje op een prachtige plek met een eigen alpenfloraparkje. Trouwens, signora Vazzoler mag er ook wezen.
De douche werkt en is warm, de was droogt op de ballustrade, het eten is goed; wat wil je nog meer!

Route.

Pasweg afdalen tot de eerste haarspeldbocht. Steenslagweg 568 volgen. Bij splitsing links richting Casera Vescova (561). Achter de boerderij over de alm omhoog ; pad vervolgen tot Casera di Pioda. Over de 556 omhoog naar Rifugio Coldai en verder naar Forcella Coldai. Om het Lago Coldai over de 560 tot Forcella di col Rean. Markering Alta Via 1 volgen tot Rifugio A. Tissi. Ook in de afdaling na de hut Alta Via 1 aanhouden. Daarna verder op de 560 tot Rifugio Vazzoler.
Tijd: 7.00 uur. Hoogteverschil: 698 meter stijgen; 767 meter dalen.

Weer.

Zonnig 

Dag 6      26 juli 2009

Rifugio Vazzoler (1714 m) - Rifugio Sommariva al Pramperet (1875 m)

Opnieuw een strakblauwe lucht op deze zondag. We hebben een lange dag voor de boeg, dus gaan we al op tijd van start. We zakken verder af over de keienweg tot even boven de 1400 meter. Onderweg komen ons meerdere wandelaars tegemoet. Aan de uitrusting te zien gaan de meeste een dagje steilewandklimmen.
Dalen is leuk, maar meestal moet je daarna weer omhoog. Als we het keienpad verlaten krijgen we 400 hoogtemeters voor de kiezen. Eerst door het bos, maar later over rotsachtig terrein en een enkel sneeuwveld. Na de Col dell'Orso wordt het wat vlakker. Een mooi pad; boven ons de steile wanden van de zuidkant van de Civetta, onder ons het dal van de Corpassa. Langs de Forcella del Camp belanden we rond een uur of elf bij de Rifugio B. Carestiato. Koffietijd, dus.
De afdaling naar de Passo Duran is nu nog maar een klein stukje; na een dik halfuur zijn we op de pas. Hier zijn een paar eethuisjes. Omdat we nog een heel end voor de boeg hebben en verder niets meer zullen tegenkomen, schuiven we hier aan tafel voor de (warme) lunch. Met een volle maag zakken we daarna een paar kilometer langs de pasweg. Bij de Ponte di Caleda Vecchia, ofwel "bij de oude brug van Caleda" gaan we weer omhoog het bos in. Een beetje een rommelig en af en toe modderig padje, maar het stijgt wél.  Als we boven de boomgrens komen wordt het wat minder steil, Over de puinhelling van de berg komen we na verloop van tijd bij de Forcella Mochesin. We hebben nog eens 500 hoogtemeters weggewerkt. Volgens het routeboek is het nu nog maar drie kwartier tot de hut. We lopen al een uur maar er is nog geen hut te zien. De twijfel slaat toe; zitten we wel op het goed pad? Maar dan, tot grote opluchting, zien we een vlag wapperen. Jawel hoor, daar is ie dan, de Rifugio Sommariva al Pramperet. We worden met applaus ontvangen door de andere gasten: 6 Duitsers op leeftijd, een 8-tal dames en iemand waarvan we het geslacht niet zo 1, 2, 3 kunnen vaststellen. De hut bestaat uit de Gasstube, het washok en de verblijven van de beheerder; de gasten slapen in een apart gebouwtje met stapelbedden. Naast het washok is een douche, maar die is voor privé gebruik van de beheerder. Dat staat er dan ook met grote letters op. Eén van de oude Duitsers doet net of hij dat niet begrijpt en stapt toch onder de douche. De huttenbaas is laaiend. Hij spreekt uiteraard Italiaans en een beetje Engels; echter geen Duits. Hij roept onze hulp in om die ouwe Duitser in zijn eigen taal onder de douche vandaan te jagen. Nou, dat willen we wel. 't Kan immers geen kwaad om de huttenwaard te vriend te houden.
Tijdens het avondeten zit het damesgezelschap aan de tafel naast ons. Zij zijn van het type "tuinbroek en opgeschoren koppie", dat is geen potjeslatijn. Alleen die ene, daar hebben we nog twijfel over. Hij/zij loopt en praat als een kerel en draait zware shag, maar gedraagt zich als een vrouw. Wij vermoeden een omgebouwde vent.
In de nazit bestellen we een grappaatje bij de huttenbaas. Hij zet gelijk de fles op tafel en zegt: "maak maar op". Nu, dat lukt. Ook een ressie uit een ander fles wordt soldaat gemaakt. Waar een huttenbaas als vrind al niet goed voor is.

Route.

Na de hut over de 555 afzakken tot 1403 meter. Daarna over de 554 die doorloopt tot de Rifugio Carestiato. Afdalen naar de Passo Duran over de 548. Afdalen langs de zuidkant van de pasweg tot Ponte di Caleda Vecchia. De 543 volgen via de Forcella Mochesin naar de Rifugio Sommariva al Pramperet.
Tijd: 7.30 uur. HoogteverschiL: 966 meter stijgen, 805 meter dalen.

Weer:

zonnig.

Dag 7      27 juli 2009

Rifugio Sommariva al Pramperet (1875 m) - Rifugio Bianchet (1245 m)


Tijdens de ochtendlijke verkleedpartij in de collectieve slaaphut kunnen we een definitief oordeel vellen: 't is inderdaad een ongebouwde vent. Verdere details zullen we u besparen. Maar goed, nu weer aandacht voor onze tocht. Aan de zuidkant van de hut ligt de Cima di Zita, een ontzagwekkende steenklomp die we direkt vanaf de start krijgen voorgeschoteld. Al gauw laten we de begroeiing achter ons en komen we op een plateau waar hier en daar nog wat sneeuwvelden liggen.  Hier en daar spotten we grazende gemzen. Ze trekken zich weinig van ons aan. Na het plateau gaan we verder omhoog tot de Forcella de Zita Sud. De afdaling loopt langs de met  lang gras begroeide berghelling. Dit zijn meestal lastige paadjes omdat je niet goed kunt zien waar je de voeten neerzet. Een uitglijer is dan gemakkelijk gemaakt. Maar, we houden alles heel en zijn om een uur of elf bij de Rifugio Pian de Fontana. Het is warm op het terras van de hut; in de zon en uit de wind. Als Bertus arriveert, hebben Hugo en ik  al uitgebreid zitten versnaperen. Bertus is niet fit, heeft last van zijn maag, en zoekt een plek in de schaduw om even tot rust te komen. Zodoende kunnen Hugo en ik ons zonnebad nog een tijdje voortzetten.
Volgens de huttenwaardin is ons volgende doel, de Forcella la Varetta al te zien. Ze wijst op een punt op de volgende bergrug. Ze zegt er niet bij dat we daarvoor eerst 200 meter moeten dalen en daarna bijna 400 meter stijgen. Dat wordt zweten!
Na de Forcella is het nog 1 á 1,5 uur tot de Rifugio Bianchet. Het eerste stuk is nog licht op en af, maar daarna alleen nog maar dalen door het bos. Om een uur of drie zijn we op bestemming. Bij de hut opnieuw spragen in de zon met een biertje erbij. Onze hutgenoten van gisteren zijn er ook weer. Eerst komen de meisjes en pas veel later de duitse senioren. Van dit laatste gezelschap is een van de dames gestürtzt en heeft daar een dikke enkel aan overgehouden. Wij tonen ons medeleven (ach und weh) en gaan vervolgens over tot de orde van de dag.
Bertus gaat na het avondeten gelijk naar bed. De anderen houden zich onledig met diepzinnige gesprekken onder het genot van spiritualia.

Route.

Over de 514 naar de Forcella de Zita Sud, daarna verder naar de Rifugio Pian de Fontana. Langs het terras van de hut over de 514 naar de Forcella la Varetta. Bij de kruising met de 518 rechtsaf naar de Rifugio Bianchet.
Tijd: 5.25 uur. Hoogteverschil: 897 meter stijgen, 1417 meter dalen.

Weer:

Zomers warm.

Dag 8      28 juli 2009

Rifugio Bianchet (1245 m) - Belluno (400 m).


En opnieuw in het prachtig weer als we 's morgens de hut verlaten. Langs de Via Forestale zakken we af door het bos tot we na een poos even onder het dorpje La Muda de openbare weg bereiken die richting Belluno voert. De rivier Cordevole loopt parallel aan deze weg. Volgens de kaart loopt aan de overkant van de rivier een pad dat ons een heel stuk richting Belluno kan brengen. De pad heet de "Sentiero tematico la via ospizi"; alleen al vanwege de naam mag je dit niet missen. Toch is er een probleempje; hoe komen we over de rivier? Bij een grindwinningbedrijf proberen we te ontdekken of er ergens een brug is. Helaas, niets van dat. Ook de kaart biedt geen uitkomst. We besluiten daarom eerst maar en stuk de openbare weg te volgen. Na een kilometer of 4 bereiken we het gehucht La Stanga. Daar is een chauffeurscafeetje waar we pauze houden. Even verderop is een soort uitspanning waar een pad richting de rivier loopt. Weer geen brug. De rivier is hier een meter of 10 breed; het stroomt niet echt hard en het lijkt niet erg diep. Daarom de stoute schoenen maar uitgetrokken en wadend naar de overkant. Dat lukt en het frist eigenlijk best lekker op. We zijn nu ook op het pad met die mooie naam. Het is hier een beschermd gebied. Afwisselend bos, weiden en mooie laantjes en dan weer langs de rivier. Herten grazen langs de bosrand.
Bij Peron komen we in de bewoonde wereld. Een hangbrug brengt ons weer naar de andere kant van de rivier. In de plaatselijke pizzeria genieten we van een uitstekend maal. Intussen staat de zon hoog aan de hemel en het is warm, zeg maar heet. Vanaf nu is het tot Belluno alleen maar asfalt en dan wordt heet al gauw erg heet. Druipend van het zweet komen we aan in Belluno. Ons hotel, Albergo Capello e Cadore, ligt midden in het oude centrum van de stad. Na een verfrissende douche zijn we van plan om de stad nader te verkennen. In de tussentijd heeft Bertus van het thuisfront een telefoontje gehad met akelig nieuws; een sterfgeval in de kennissenkring. Hij is er nog niet uit of hij door moet gaan of vervroegd naar huis. Tijdens de nazit bij het plaatselijke grandcafé en onder het diner op het dakterras van hotel Della Alpi is Bertus uit zijn gewone doen; hij zit duidelijk met de onheilstijding in zijn maag. Eerst maar een nachtje over slapen en dan knopen doorhakken.

Route.

Vanaf de bosweg (503) aanhouden tot de aansluiting op de doorgaande weg SR 203. Langs de weg afdalen naar La Stanga en even verderop bij Fienile Zanella naar de rivier. Wadend naar de overkant en het pad langs de rivier blijven volgen tot de hangbrug bij Peron. Oversteken naar Peron en langs de weg naar Mas. In het centrum van Mas links aanhouden richting Sorapiano. Bij Orzes verder langs de SR203 naar Belluno.
Tijd: 5.20 uur. Hoogteverschil: 51 meter stijgen, 896 meter dalen.

Weer:

Zomers heet.

 

Dag 9      29 juli 2009

Belluno (400 m) - Rifugio 5e Art. Alpini (1763 m)

Bertus heeft besloten om toch maar naar huis te gaan. Begrijpelijk, maar wel jammer. Er moeten nu een aantal dingen worden geregeld: het vliegticket moet worden omgeboekt en de kas wordt overgedragen. Ook neemt Bertus overtollig geworden bagage van de anderen mee naar huis. Om half negen is alles rond. Hugo en Wim nemen afscheid van Bertus en hangen de rugzak om.
Vandaag pakken we de originele route van het Traumpfad weer op. De etappe van vandaag gaat naar de Nevegal, een aparte berggroep ten zuiden van Belluno met als hoogste punt de Col Visentin. De rifugio 5e Artiglieria Alpina (zeg maar: de hut van het 5e regiment alpine artillerie) staat op de top van deze col.
Het is gelijk al warm als we vertrekken. Na de brug over de rivier gaat het meteen omhoog en dat zal vandaag niet anders worden. Over de verharde weg kruisen we de dorpjes Castion, Faverga en Cirvoi. Onderweg worden we een paar keer aangesproken met de vraag: Venezia? Si.... Molto calda! Si.... Toch aardig dat de plaatselijke bevolking met ons meeleeft. In Cirvoi breekt Wim's zonnebril spontaan doormidden. De restanten verdwijnen in de daar aanwezige glasbak. Vanaf Cirvoi loopt een grotendeels onverharde weg naar het skidorp Nevegal. Hier zijn 480 hoogtemeters te overbruggen. Gelukkig loopt deze weg door het bos en hebben wat schaduw. Evengoed zijn we drijfnat van het zweet. Om half twaalf zijn we in Nevegal. Bij de plaatselijke bar wordt de koelvitrine met frisdranken bijkans geplunderd. We slaan liters vocht achterover. Net voor de middagsluiting weet Wim in de sportshop nog een nieuwe zonnebril te scoren. Uitverkoopje, maar even zo goed een kek brilletje.
De thermometer wijst dik boven de dertig graden als we de moed weer oppakken. De verharde weg houdt hier op; nu alleen nog maar wandelpaadjes. Bij de skilift loopt het gelijk gemeen omhoog. Dat is hard werken maar het schiet wel op. Binnen een half uur zijn we bij Bar La Grave. Onze reisgids is niet erg duidelijk over het vervolg. Die stuurt ons langs de Rifugio Bristot en dan verder over de kam van de Nevegal naar de Col Visentin. We zien een bordje "Col Visentin" en gaan er van uit dat dit de goede route zal zijn. Toch blijkt dit een andere route naar onze bestemming te zijn. Ons pad slingert zich voor ons gevoel eindeloos langs de beboste hellingen van de Nevegal. Als we eindelijk het bos verlaten staan we aan de voet van de Col Visentin. Het pad naar de top loopt zo te zien recht tegen de met gras begroeide flanken van de berg op. Nog 350 hoogtemeters te gaan. Geen schaduw meer, nauwelijks wind en warm!! Zeg maar heet, bloedheet!! Hugo en ik kunnen beklimmingen met dit hoogteverschil meestal wel zonder onderbreking aan. Dat gaat nu echt niet op. Hier is het credo: stukkie lopen, effe afstomen en uitdruipen, eventueel een slokkie, en dan weer opnieuw hetzelfde ritueel. Maar, we komen boven. Bij de hut, die omgeven is door een woud van zendmasten, is het erg rustig. Er zitten 2 mensen op het terras; voor de rest niemand te bekennen. Na wat te zijn uitgepuft gaan we op zoek naar de huttenbaas. In de rommelige Gaststube is niemand te bekennen. Uiteindelijk vinden we hem in de keuken. Een bijzonder exemplaar; wilde haardos, grote baard en gekleed in een legging. Maar, we zijn van harte welkom en het bier staat koud.
Op het terras maken me nader kennis met de 2 andere gasten (meer gasten komen er niet), een ouder Duits echtpaar. We wisselen ervaringen uit en genieten samen van het prachtige uitzicht. Onze slaapplaats is in de kelder van het gebouw, een nogal klamme en niet zo erg frisse ruimte.  We kiezen het zo op het oog schoonste bed met de beste (minst slechte) matras uit. Ondanks de overvloed aan GSM-masten hebben we geen telefonisch bereik. Een ommetje rond de top van de berg biedt geen uitkomst. Wonderlijk genoeg hebben we in de kelder van de hut wel ontvangst. Merkwaardig.
Ondanks de bedenkelijke kwaliteit van het interieur van de hut, is het eten hier voortreffelijk. We eten wilde spinazie (vers geplukt op de berghelling) met tagliatelli en de lokale vleesspecialiteit met het uiterlijk van een dikke hamburger. Dit alles geserveerd op de gastentafel op het terras. Na afloop genieten van de zonsondergang en de lichtjes in de vlakte diep onder ons. In onze rijke huttenervaring is dit een hele bijzondere. Al met al toch mooi dat we dit mogen meemaken.

Route.

Vanaf het centrum van Belluno naar de brug over de Piave. Langs de weg omhoog naar Castion, Faverga en Cirvoi. In Cirvoi over de Via Col de Gou omhoog over de eerst verharde en later onverharde weg. Een kilometer voor het dorp Nevegal rechtsaf over de straatweg naar de eerste skilift. Voor de skilift omhoog naar Bar La Grava. Borden Col Visentin volgen. Lang, slingerend pad door het bos langs de hellingen van de Nevegal. Laatste stuk over de alm naar de hut.
Tijd: 5 uur. 17 kilometer. Hoogteverschil: 1435 meter stijgen, 36 meter dalen.

Weer:

Zomers heet.

 

Dag 10      30 juli 2009

Rifugio 5e Art. Alpini (1763 m) - Tarzo (280 m)

Vandaag is onze laatste dag in de bergen. Afdalen, veel afdalen, is het credo. Bij het vertrek vanaf de Col Visentin is het gelijk al warm. Langs de steenslagweg komen we bij de Forcella Zobbei. Hier is het even onduidelijk welke kant we op moeten. Er staat een bordje "Venezia", maar die wijst voor ons gevoel de verkeerde kant op. Het routeboek biedt uitkomst. Vanaf hier stuurt de beschrijving ons over de bergrug. Dat betekent toch nog een stukje stijgen, eerst naar de Monte Agnelezze en daarna naar de Monte Pezza.  Het pad loopt door lang gras waarboven de insecten vrolijk zoemen. Onze bezwete lijven zijn een gewillige prooi voor deze beestjes. Voordat we helemaal door de muggen zijn opgevreten, besluiten we om toch maar weer af te dalen naar het verharde pad dat een stuk onder ons loopt. Dat gaat goed tot het laatste stukje; de laatste paar meter zijn nagenoeg verticaal. Hangend aan struikgewas banen we ons voorzichtig een weg naar beneden. Met kunst- en (letterlijk) vliegwerk komen we weer op beter begaanbaar terrein. De schaduw van de eerste de beste boom wordt opgezocht om de schrammen en butsen te inspecteren, de zaadjes en steentjes uit de schoenen te kieperen en een flinke aanslag te doen op de watervoorraad. Op weg naar de Casera Sonega krijgen we opnieuw een klimmetje voor de kiezen. Bij de Casera is niemand thuis, maar verderop zien we de eerste tekenen van bewoning. Langs een paar boerderijen en de Rifigio Mamel komen we bij een parkeerplaats waar ook een trattoria is. Onder de parasol op het terras doen we ons tegoed aan koffie, maar vooral ook aan vocht, veel vocht.
Als de drinkbussen weer zijn gevuld met koel helder water, vertrekken we maar weer eens. Alleen welke kant op? Op het parkeerterrein vinden we niet de juiste aanwijzing. Gelukkig is er nog de signora van de trattoria. Zij stuurt ons in de goede richting. Een weggetje voert langs diverse zomerwoningen. Af en toe kunnen we diep onder ons in het dal kijken met de tweeling meertjes Lago di Santa Maria en Lago di Lago. De weg maakt op een gegeven moment een scherpe bocht naar links. De volgende twee uur gaat het alleen nog maar zigzag naar beneden. Er lijkt geen einde aan deze weg te komen. Onderweg komen we het Duitse echtpaar uit de hut tegen. Zij zien er niet meer okselfris uit (maar dat zullen ze ook wel van ons hebben gedacht).
Bij Sottocroda komen we in het dal. Nu merken we pas echt hoe warm het is. De hitte perst de overgebleven energie uit onze lijven. Lopend van boom naar boom proberen we ieder stukje schaduw te benutten. Zo bereiken we Tarzo. De rustieke Albergo Ai Pini heeft voor ons een koele kamer met douche en bidet (de douche is voor en ons en het bidet voor de sokken). Op het lommerrijke terras is het daarna goed toeven. Met Birra Moretti spoelen we het lome lijf door. De Duitse senioren treffen we in de eetzaal; zij hebben het laatste stukje in het dal met de taxi gedaan.

Route.

Langs de zuidzijde van de Col Visentin afdalen over de jeeptrail. Bij Forcella Zobbei rechts aanhouden. Over de bergrug naar Monte Agnelezze, Monte Pezza en Casera Sonego. Verder naar Rifugio Mamel. Op het parkeerterrein bij de trattoria rechts aanhouden. Langs Mandre. Weg buigt na een half uur naar links en gaat zigzag naar beneden tot Sottocroda. Hier links aanhouden. Bij het kruispunt naar Molina di Fratta en daarna naar Tarzo.
Tijd: 6 uur. Hoogteverschil: 200 meter stijgen, 1650 meter dalen.

Weer:

Zon, heet.

Dag 11      31 juli 2009

Tarzo (280 m) - Ponte della Priula (70 m)

Bij het vertrek uit Tarzo schijnt de zon al weer hevig. De route voert vandaag door heuvelachtig landschap met veel wijngaarden. Dit gebied heet Veneto; de befaamde Prosecco bubbeltjeswijn komt hier vandaan. Langs verharde en onverharde binnenweggetjes, heuveltje op en heuveltje af, gaan we door Resera en Arfanta (mooi oud dorpje) naar Refrontolo. De hele weg worden we begeleid door blafconcerten van allerhande keffertjes. Ieder huis lijkt achter het hek wel één of meer hondjes te houden. In Refrontolo vinden we een cafeetje. Even pauze, dus. Op het terras raken we in gesprek met enkele Italiaanse stamgasten. Natuurlijk weer de vraag waar we naar toegaan. Venezia? Si ... , met de toevoeging dat het daar veel te warm voor is. Op de open stukken is het inderdaad heet. Maar gelukkig zijn er ook stukken waar de bomen langs de kant van de weg voor voldoende schaduw zorgen. Het valt dus eigenlijk nog wel mee.
Na Refrontolo zetten we koers richting Barbisano. Opnieuw een mooi binnenweggetje parallel aan de beek Tierza. Volgens de reisgids mogen we in Barbisano de ijsbar Tutto Gelato niet missen. We volgen dit advies op. De gids heeft niets te veel gezegd; de gelato gaat er slikvingerend in. Na ons druppelen er meer rugzaklopers binnen. Later zal blijken dat dit ook allemaal Venetiëgangers zijn. Bij de groenteboer op de hoek slaan we nog wat fruit in voor onderweg en daarna gaan we richting Colalto. De naam zegt het al (col=berg, alto=hoog), we moeten weer een stukje omhoog. Dat wordt een warm klusje. De pomp op een pleintje in Colalto biedt uitkomst. Heerlijk om de koele straal een tijdje in de nek te laten lopen.
Langs een platanenlaantje vervolgen we ons pad. Even voor de burcht Castello di San Salvatore stuurt de reisgids ons de wijngaarden in. Min of meer op goed geluk zoeken we ons een weg naar het dal van de rivier beneden ons. Een vervaarlijk uitziende, loslopende hofhond noopt ons tot een klein ommetje.
Als we in Colfosco aankomen, zijn we echt op vlak terrein aanbeland. We moeten hier op zoek naar de opstap naar de zomerdijk van de Piave. Na een paar keer vragen komen we op het goede pad. Nu is het nog 3 kwartier naar Ponte della Priula. Ons hotel San Carlo is gemakkelijk te vinden. De kamer heeft helaas geen airco; het is er dus lekker warm. In het hotel is weinig te belevenen en er is geen restaurant. Dus gaan we op verkenning in het stadje. Zo te zien is het hoofdzakelijk een woonplaats voor forenzen. Veel voorzieningen zijn er niet; ook geen fatsoenlijk restaurant. Dus belanden we voor het avondeten bij de lokale MacChicken. Het zijn geen culinaire hoogstandjes, die we krijgen voorgeschoteld, maar de honger wordt evengoed gestild.  IJssie toe bij de gelaterio op de hoek en daarna uitbuiken op het terras bij het hotel.

Route.

50 meter voor de kruising bij Corona linksaf richting Resera en daarna Arfanta. Met boog (linksom) om Arfanta en dan verder naar Refrontolo. Over de Via Casale richting Barbisano. Voorbij de kerk linksaf en omhoog naar Colalto. De weg gaat na het dorp over in een onverharde platanenlaan. Aan het eind rechtsaf richting Susegana. Wanneer Castello di San Salvatore in zicht komt in de bocht van de weg linksaf over een onverhard pad door de wijngaarden. Afdalen naar Colfosco. Over de zomerdijk van de Piave naar Ponte della Priula.
Tijd: 6.30 uur. 28 kilometer. Hoogterverschil: 122 meter stijgen, 332 meter dalen.

Weer:

Zon, heet.

 

Dag 12      1 augustus 2009

Ponte della Priula - Bocca Callalta

Direct vanuit Ponte della Priula zoeken we weer de zomerdijk van de Piave op. Over de kruin van de dijk komen we langs enorme grindwinningbedrijven. Het gras op de dijk staat nu en dan erg hoog; dat loopt niet echt plezierig. Nadat we onder de A27 snelweg  zijn doorgegaan, veranderd het pad in een onverharde dijkweg. Er is geen schaduw en er staat nauwelijks wind, dus opnieuw heet. De omgeving is ook niet bijzonder spectaculair. Veel maďsvelden en af en toe een wijngaard. De zomerdijk ligt soms kilometers van de stroom verwijderd; de rivier zullen we vandaag dan ook nauwelijks zien. In het dorpje Cimadolmo vinden we een cafeetje aan het dorpsplein. Ook hier weer de bekende vragen (Venezia? Si...). Rond het middaguur arriveren we bij Ristorante al Treghetto, een uitspanning aan de rivier. Helaas is de tent gesloten, dus moet de rugzak worden aangesproken op overgebleven mondvoorraad. De rivier noopt tot uitgebreid pootjebaden. We treffen hier weer diverse Venetiëgangers. Het oudere Duitse echtpaar komt uit de laadbak van een jeep rollen, zij hebben een lift gekregen. We maken kennis met Clemens, een Berlijnse student, annex kunstenaar en bon vivant. Twee Zuidduitse meisjes zijn dan weer wel, dan weer niet, in de nabijheid van Clemens te vinden. Een jong Duits echtpaar, Volker en Nicola, hij piloot, zij stewardess, hebben we vanochtend al eerder ontmoet.
Na een kleine siësta onder de bomen, pakken we de draad weer op. Aan de omgeving verandert niet zoveel; alleen de middagzon maakt het nog een paar graadjes warmer. In het gehucht Cartiera stoppen we bij de Osteria Piccola Venezia. Het Duitse airteam zit hier al. Helaas is er niets te eten, dus blijft de consumptie beperkt tot grote flessen frisdrank.
Voort maar weer. Opnieuw dijk, dijk en nog eens dijk tot aan Ponte di Piave. Bocca Callalta ligt aan de andere kant van de brug, waarover een drukke verkeersweg loopt. Voordat we ons leven wagen, eerst nog maar een ijsje bij de gelateria op de kruising voor de brug. Boven op de brug krijgen we zicht op de Piave. De plaatselijke bevolking gebruikt de rivier hier als zwembad. Het ziet er zeer verleidelijk uit. Met uiterste wilskracht weten we ons te bedwingen om over de leuning te springen in het koele nat.
Bij Albergo Ristorante Melody, een pizzeria met kamerverhuur, worden we vriendelijk ontvangen door de signora. Eerst een verfrissend biertje, en daarna nog één, en dan naar de kamer. Als de schoenen uitgaan, heeft de hitte z'n sporen op de voeten nagelaten. De bovenste laagjes van de huid weken gewoon los; blaren steken de kop op. Dat wordt nog pijn lijden de laatste dagen.
De pizzeria heeft een uitstekende keuken. Aan de grote tafel, genieten we - samen met onze Duitse tochtgenoten- van een prima maaltijd.
Volgens Volker wees de thermometer op zijn rugzak vanmiddag 40 graden in de schaduw aan. Foei!!

Route.

Na het treinviaduct rechtsaf in Ponte della Priula naar de zomerdijk van de Piave. De dijk aanhouden (niet het terrein op van de grindwinningbedrijven). Na de onderdoorgang van de A27 naar Cimadolmo. Door het bos en over de dijk naar Ristorante al Treghetto. Verder over de dijk naar Cartiera en Ponte di Piave. Over de brug naar Bocca Callalta.
Tijd: 6 uur. 26 kilometer.

Weer:

Zon, heet.

 

Dag 13      2 augustus 2009

Bocca Callalta - Jesolo

Wéér gaan we over de dijk. En wéér is het warm, erg warm. En wéér is er geen schaduwplekje op de route. Hugo heeft een blaar op zijn hiel van het formaat ouderwetse rijksdaalder. Iedere stap doet pijn. Het kost moeite om een redelijk tempo te lopen. Vermoeid en bezweet komen we bij Fossalta di Piave aan. We doen inkopen bij de groenteboer en strijken vervolgens neer op het terras van het café aan het plein. Er is kermis in Fossalta. Alhoewel de attracties nog dicht zijn, is de plaatselijke bevolking al uitgelopen om vóór te drinken. Het terras zit goed vol.
Na de break opnieuw de dijk opgezocht. Rond het middaguur is het zo heet geworden, dat het vooruitzicht om zo nog de hele middag verder te sjouwen bepaald niet aanlokkelijk is. Het begint zo langzamerhand op masochisme te lijken. We hebben geen trek om een zonnesteek op te lopen. Daarom zoeken we even voor Musile de Piave een dorpje op en vragen in het café aldaar of ze een taxi voor ons willen bellen. Dat kost even wat moeite, maar een half uurtje later staat er toch een luxe auto met draaiende motor voor de deur. Weliswaar geen echte taxi, maar de privé-chauffeur is blijkbaar door de uitbaatster van het café opgeroepen om ons weg te brengen. Voor Jesolo staat een lange file; de vakanties in Italië zijn dit weekend begonnen. Via een sluiproute worden we dan toch voor ons hotel afgezet.
Na verzorging van de voeten hebben een vrije middag in het vooruitzicht. Moet kunnen, 't is vandaag per slot van rekening zondag. We pakken de stadsbus naar Lido de Jesolo en het duurt niet lang of we liggen in de Adriatische Zee. Met een watertemperatuur van een graad of achtentwintig is het goed uit te houden. Daarna een ijsje en een biertje op één van de terrassen aan de boulevard; het lijkt wel vakantie.
De bus brengt ons weer terug bij het hotel. De avondmaaltijd wordt geserveerd op het terras van het naburige restaurant. De avondsluiting gaat vergezeld van enige grappa's bianca. Volker en Nicola doen gezellig met ons mee.

Route.

Voor de rivier over de dijk naar Zenson di Piave en vervolgens naar Fossalta di Piave en aansluitend Musile di Piave. In Musile rechsaf naar Caposile en S. Maria dir Piave.  Langs de rivier Sile naar Jesolo.
Tijd 8 uur. 34 kilometer.

Weer:

Zon, heet.

 

Dag 14       3 augustus 2009

Jesolo - Venetië

Het is vanmorgen bewolkt als we naar buiten stappen. Het is evengoed nog dertig graden, maar het voelt een stuk aangenamer dan de voorbije dagen. Op de markt in Jesolo slaan we fruit in voor onderweg. We zoeken de rivier Sile op en volgen het meestal onverharde pad langs de linkeroever. Ondanks de reinigende werking van het zoute zeewaterbad van gisteren, gaat het nog steeds beroerd met de grote blaar op de voet van Hugo. De stok moet er bij komen om nog een beetje fatsoenlijk te kunnen lopen. Wim loopt z'n eigen tempo, maar op gezette tijden wordt op elkaar gewacht. In tegenstelling tot voorgaande dagen loopt het pad hier direct naast de rivier. Bootjes op het water en vissers langs de oever zorgen af en toe voor afleiding. De hoogbouw van de drukke kust van Lido di Jesolo en Lido dei Lombardi zien we in de verte; op ons pad is het erg rustig. Het aangename wandelweer draagt er toe bij dat we - ondanks de ongemakken - best genieten.
Na drie uur komen we aan bij de jachthaven Porta di Piave Vecchia. Bij een cafeetje houden we onze koffiebreak. Daarna gaan we langs campings en apartementencomplexen op weg naar de zee. De aankomst op het strand is natuurlijk goed voor een fotomomentje. Schaars geklede badgasten kijken wat bevreemd toe. Welke zonderling gaat er nu met een zware rugzak om en bergschoenen aan naar het strand om daar een beetje te staan springen aan de waterkant? Onder een waterig zonnetje gaan we langs de vloedlijn verder. Al snel pikken we kunstenaar Clemens op. Met klappen op de schouders feliciteren we elkaar met de aankomst aan de Adria (gratuliere, wir haben es geschaft!!). Met z'n drieën gaan we verder. Beste gezellig hier aan het strand. Het zand is echter wel rul, dus vermoeiend om te lopen. Na anderhalf uur is het tijd om te snacken bij een strandtent. Hugo en ik gaan daarna over het campingterrein weer naar de weg. Clemens blijft achter voor zijn siësta.
Over het fietspad langs de doorgaande weg zetten we koers naar het puntje van het schiereiland. Onderweg passeren we verschillende dorpjes die allemaal bij de gemeente Cavallino horen. Het is niet echt een boeiende route maar het loopt wel gemakkelijk. We stoppen nog even bij de gelaterio in Cavallino Savio. Daarna is het nog maar een half uurtje tot de boot. Boven de zee kleurt de lucht donker; er dreigt een donderbui. We houden het echter droog tot Punta Sabbioni. Het wandelgedeelte zit er op!!! Nu alleen nog een stukje met de boot en dan zijn we in Venetië!!!
In gezelschap van Volker en Nicola leggen we aan bij de steiger van San Marco. Het is hooidruk op het San Marcoplein. Niettemin slagen we er in elkaar op het plein te fotograferen zonder dat half Japan en de USA ook op de kiek gaan. We zijn in Venetië, iedereen is blij!!  Met z'n vieren vieren we de geslaagde missie in een kroegje achter de San Marco basiliek. Het kost dat het barst, maar dat mag de pret niet drukken. Als afscheid is genomen en onze wegen scheiden, zoeken Hugo en ik ons hotel op. Dat is vlakbij, dat treft. Albergo Doni ligt aan een steegje met de naam Calle del Vin. Op onze kamer met weelderig beschilderd plafond kunnen we de buren aan de overkant van de straat door het raam zowat een hand geven.
Het regent hard als we naar buiten gaan voor het avondmaal. Daar hadden we niet op gerekend. We spurten naar het eerste de beste overdekte terras. We hebben dit jaar onderweg overal prima gegeten. Jammergenoeg bakken ze er in deze tent niets van. We laten de lamlendige ober zonder verplichte (!) fooi achter en gaan op zoek naar een plekje om een borreltje te genieten. Op een grachtje even buiten de drukte rond San Marco vinden we een etablissement waar we nog een wijle gezellig nazitten. Tussen het nippen door wordt de gehele tour aan een nabeschouwing onderworpen. Eindoordeel: verrassend gevarieerd en zeer geslaagd!

Route.

Buiten Jesolo de rivier Sile opzoeken. Steeds de linkeroever blijven volgen tot de jachthaven Porte di Paive Vecchia. Verkeersweg oversteken en over viaduct naar de rechteroever. Eerste straat links en daarna rechts. Bij rotonde richting strand. Over het strand tot watertoren. Voor de watertoren over de camping naar de doorgaande weg. Fietspad langs de weg blijven volgen tot Punta Sabbioni. Daarna met de boot naar Venetië.
Tijd: 6 uur. 24 kilometer.

Weer:

's Morgens bewolkt, later half bewolkt, 's avond plensbui.

Dag 15      4 augustus 2009

Naar huis.

We mogen van onze vriendelijke hotelbaas de bagage tot de middag in het hotel achterlaten. Dus kunnen we zonder belemmering de ochtend gebruiken om Venetië te verkennen. Eerst naar de Rialtobrug. Op het Canal Grande is het een drukte van belang met bootjes, gondels en waterbussen. Op een terrasje laten we de drukte aan ons voorbijgaan. Er is veel te zien. We dolen daarna een heel stuk langs grachtjes en door steegjes om rond de middag weer terug te keren bij ons hotel. We halen de bagage op en gaan met de waterbus naar het busstation. De lunch gebruiken we op een terras aan het water.
De pendelbus brengt ons op tijd naar het vliegveld van Treviso. Transavia levert ons daarna in anderhalf uur op Schiphol af. Ter afsluiting van het geheel is er in huize Sepers een buffet. Bertus en Tinie zijn er ook. Onder het genot van hapjes en drankjes is er genoeg na te praten. Al met al een mooie afsluiting.